|
|
FILOSOFIE |
|
| index pagina | email | filosofie | dealers | links | nieuws, shows en testen | diapason | opera | graaf | unison research | synthesis | audio analogue | pathos | north star | nottingham analogue | the cartridge man | essential audio tools | hidiamond | deskadel | buizen | bcd | music tools |
Filosofie van Analogue Audio Products
LESS IS MORE!
download: verkorte printbare versie van onze filosofie en dealerlijst
Hieronder probeer ik duidelijk te maken hoe naar mijn mening de best klinkende geluidsinstallatie kan worden opgebouwd.
|
|
De lezer dient er rekening mee te houden dat daarbij niets absoluut is. Als iemand van een superstrak, bijna mechanisch geluid houdt, of als iemand anders van een zeer warm en donker geluid houdt, is daar niets op tegen. Zulke luisteraars kunnen hier stoppen met lezen of juist wel doorgaan om zo voor zichzelf de zaken nog duidelijker te krijgen. Omdat een totale geluidsinstallatie uit een aantal verschillende onderdelen bestaat, kan er bij de keuze van een volgende component worden bijgestuurd. Stel, u heeft al een iets te helder klinkende versterker, dan kan dit effect worden afgezwakt met bv de kabelkeuze of de luidsprekerkeuze zodat uiteindelijk toch een aangenaam evenwicht wordt bereikt. Als u een geheel nieuwe installatie wilt opbouwen, of als u stap voor stap uw huidige installatie wilt verbeteren, kan het onderstaande verhaal u helpen om de juiste keuzes te maken. |
Ons bedrijf heet Analogue Audio Products, ofwel analoge audioproducten. Omdat de oorspronkelijke uitvoering van de muziek altijd analoog is, moeten we daar zo dicht mogelijk bij in de buurt blijven, om de natuurlijkheid en de echtheid te behouden. Digitale opslag en digitale signaalverwerking wordt daarom zoveel mogelijk vermeden.
Stel er is een live optreden van een aantal muzikanten met instrumenten en een menselijke stem, bijvoorbeeld in de open lucht. In een ideale situatie behoort hetzelfde optreden, maar dan versterkt met een geluidsinstallatie precies hetzelfde te klinken. Dat dit nooit zo is weten we allemaal wel, maar we moeten er wel naar streven. Als het voldoende lukt, zal de muzikale beleving zo zijn dat de apparatuur niet opvalt. Met andere woorden, het geluid is natuurlijk en niet "technisch" of "mechanisch".
De geluidsweergave thuis met een stereosysteem of voor mijn part een surround systeem is pas goed als de weergegeven muziek de geluidsinstallatie geheel naar de achtergrond drukt. Dat is ons doel. Het maakt niet uit hoe dit doel bereikt wordt, als het maar bereikt wordt (en als het maar betaalbaar blijft).
|
Hoe is dit doel het beste te bereiken? Antwoord: Door een systeem met een zo kort mogelijke signaal weg. Met andere woorden, er moeten zo weinig mogelijk componenten zijn, waar "het geluid doorheen moet". Deze componenten moeten dan wel van onberispelijke kwaliteit zijn. minimaal hebben we nodig: bron ->draad -> versterking ->draad -> luidsprekers. |
|
De bron kan zijn: digitaal (cdspeler, dvdspeler, sacdspeler, enz.), of analoog (platenspeler, tapedeck, enz)
De draad kan zijn: koper, zilver, massief, litze, met verschillende soorten isolatie en wel of geen afscherming.
De versterking kan zijn: met buizen, met transistoren, of hybride
De luidsprekers kunnen zijn: dynamisch, d.w.z. met traditionele woofers en tweeters, electrostatisch, magnetostatisch, met of zonder hoorn, eenweg, tweeweg of nogmeerweg.
Bij elke actieve component hebben we nog een zij-instroom: de energie. Wanneer die niet optimaal is, kunnen we alles nog zo goed gedaan hebben, het resultaat is niet 100%. Omdat ons doel een optimaal resultaat is, en omdat de huidige netstroom bijna altijd ernstig vervuild is, kunnen we er voor kiezen de conditie van de netstroom voor de geluidsinstalltie te verbeteren.Dit kan: passief, dus met betere netkabels en netfilters, actief, dus met een lichtnetregenerator. Netfilters kunnen werken: parallel, serieel of allebei tegelijk.
Audiomeubels: Een vaak vergeten component is het audiomeubel. De apparatuur heeft iets nodig om op te staan. Als een audiomeubel de trillingen die de muziekweergave teweeg brengt, niet goed verwerkt, kan een geluidsinstallatie op zijn hoogst redelijk klinken. Lees onderaan dit artikel verder over dit onderwerp.
Hoe het doel, nl. zo natuurlijk mogelijk geluid, bereikt wordt, maakt in principe niet uit. Als het met een digitale bron bijvoorbeeld beter gaat, moeten we dat doen. Geen enkel apparaat is een doel op zichzelf.
|
Na ruim 35 jaar ervaring met geluidsweergave kan ik zeggen dat: 1. De bron het beste een platenspeler kan zijn. 2. De kabels het beste van koperlitze kunnen zijn. 3. De versterking het beste volledig met buizen kan gebeuren. 4. De luidsprekers het beste van het dynamische type kunnen zijn. 5. De netkabels van koperlitze moeten zijn gemaakt. 6. De netstroom passend gefilterd moet worden, dus niet teveel en niet te weinig. |
|
Dit is wat mij betreft komen vast te staan met het uiteindelijk meest kritische en meestomvattende meetinstrument: het gehoor. Maar de ene persoon hoort toch anders dan de andere persoon? Nee hoor, behoudens gehoorafwijkingen hoort bijna iedereen hetzelfde (hoewel flaporen anders horen). Alleen wordt hetzelfde geluid soms anders gewaardeerd. Een enkeling houdt van scherp geluid en sommige mensen houden van overdreven bassen. Maar de meeste mensen houden van een beetje warm, dynamisch, ritmisch, vol, evenwichtig, niet scherp, transparant, ruimtelijk en natuurlijk (d.w.z. oorspronkelijk) geluid. Soms wordt het woord "analytisch" in negatieve zin toegepast. Bv. "de cd speler klinkt analytisch en de platenspeler niet". Dit is eigenlijk fout want analytisch behoort te betekenen: net zoals de opname.
Uitzonderingen zijn er altijd:
Sommige cd spelers klinken beter dan sommige platenspelers. Sommige transistorversterkers klinken beter dan sommige buizenversterkers. Soms klinkt massief draad beter dan litze. Soms klinkt zilver beter dan koper. Een heel enkele keer kan een apparaat beter niet voor de netstroom gefilterd worden. Let op: het gaat om de uitkomst en niet om de manier waarop.
De verklaringen:
1. De platenspeler en de phonotrap
|
Nottingham Analogue "Spacedeck " draaitafel |
De platenspeler werkt met een naald die de bewegingen van de groef aftast. De groefbewegingen zijn de fysieke optekening van de complexe muzieksignalen. De bewegingen van de naald zijn bij een goede draaitafel zo nauwkeurig mogelijk gelijk aan de bewegingen van de groef. In het element (spoelen en magneet) moeten de naaldbewegingen terugvertaald worden tot de oorspronkelijke muziek. Dit gebeurt volgens mijn basisfilosofie het beste met een magnetodynamisch element, ofwel mm-element. Bij een magnetodynamisch element is de beweeglijkheid (compliantie) groter dan bij een mc-element. De groef wordt gemakkelijker gevolgd. Daardoor klinkt de muziek voller en completer. De output van een mm-element is hoger dan van een mc-element. Dus met een mm-element kan de versterking eenvoudiger zijn, waardoor de signaalweg korter is en de muziekweergaver oorspronkelijker. Onze Music Maker III van The Cartridge Man is in onze oren de beste partner voor uw grammofoonplaten. |
De draaischijf kan zwevend opgesteld worden (meestal met veren) of vast opgesteld worden. Met een stevig standpunt klinkt beter, omdat dan veel beter bereikt wordt dat alleen de naald beweegt zoals de groef beweegt. De gelijkloop is heel belangrijk voor de rust in het geluid en ook voor de detaillering. Hier komt de netstroom weer om de hoek kijken en de mogelijkheid van een servosturing of van het gebruik van massa om een goede gelijkloop te bewerkstelligen. De meeste rust wordt bereikt met voldoende massa. De arm moet zo weinig mogelijk zelf resoneren, mag niet teveel massa hebben en moet zo soepel mogelijk bewegen. Er is onderscheid tussen tangentiale armen en armen die in 1 punt draaien. De tangentiale arm is theoretisch het beste omdat na goede afstelling precies het pad van de snijbeitel gevolgd wordt. Dwarsdrukcompensatie is niet meer nodig, dus de naald kan weer makkelijker de groefbewegingen volgen. De lagering van de arm wordt bijzonder kritisch. Onze luchtgelagerde tangentiale arm, The Conductor van The Cartridge Man, voldoet aan alle genoemde eisen. Er is geen goedkopere/betere arm verkrijgbaar dan deze The Conductor. Voor wie dit te kostbaar is, hebben we ook nog de armen van Hadcock en van Nottingham Analogue Studio. Deze armen draaien in 1 punt en zijn dus van het principe "unipivot". Er is dan maar 1 lager, dus de minste wrijving. De armen van Nottingham hebben een 2e stabiliteitslager dat waggelen van de eenpuntsgelagerde arm tegengaat. De eenpuntsgelagerde armen van Hadcock zijn zelfstabiliserend door middel van de zwaartekracht en de 4 kogeltjes en ook deze armen waggelen niet.
Houdt altijd rekening met het volgende: een draaitafel klinkt zo goed als hij is afgesteld. Een kookboek kan heerlijk recepten bevatten, maar de kwaliteit van de kok is allesbepalend. Wij zijn door jarenlange ervaringen gespecialiseerd in het afstellen van draaitafels. Een scope hebben we daarbij niet nodig, ons gehoor tekent meer op. We hebben de beste meetinstrumenten nl. digitale naaldkrachtweger, digitale waterpas, verschillende mallen en testelpee's tot onze beschikking. Voor wie het zelf wil doen of de afstelling nog eens kritisch wil controleren hebben we Len Gregory's testplaat met afstelmal en uitgebreide instructiemanuals tot de beschikking. Dit materiaal is bij ons te koop.
Het gekke is dat een moderne digitale opname op plaat vaak beter klinkt dan dezelfde digitale opname op cd. Digitaal is dus niet per definitie slecht en het lijkt er dus op dat er in de cd en/of in de meeste cdspelers iets fout gaat, waardoor er veel verloren gaat. Gelukkig is de nieuwe North Star Transport 192 + Extremo Dac + White Gold I2S digitale interlink in staat om de goede cd's wel heel erg analoog te laten klinken...
De phonotrap.
|
|
Met buizen of met transistoren? Met buizen klinkt beter, maar ruist meestal iets meer en is kostbaarder. Overigens ruist de plaat zelf ook meer of minder, dus als de buisruis lager is dan de plaatruis, is het niet zo erg. Een buizenphonotrap is iets bewerkelijker omdat er wel eens buisjes moeten worden vervangen. De phonotrap kan gevoed worden met een accu of uit het lichtnet. Met een accu is schoner, maar over het algemeen wat minder dynamisch. En een accu moet af en toe worden opgeladen. <<< Unison Research Simply Phono |
2. signaalkabels
|
Korte kabels klinken beter dan lange kabels. Zilver klinkt ruimtelijker en bij goede dimensionering juist warm en tegelijk transparant. Zilver klinkt meestal wat meer "hifi". Koper klinkt meestal natuurlijker wat betreft de definitie. Alles wat gezegd is over kabels, betekent niet dat koper niet transparant en ruimtelijk kan klinken. Het zijn slechts accentverschillen. Er wordt wel eens beweerd dat of de gehele signaalweg van zilver of helemaal van koper moet zijn. Dit is slechts ten dele waar. Een interconnect mag best van zilver zijn en een luidsprekerdraad mag in het zelfde systeem best van koper zijn (of andersom). Soms moet je wel mixen om "af te tunen". Het gaat om het eindresultaat en de persoonlijke smaak. Link naar: kabelpagina. HiDiamond Power + 1 luidsprekerkabel -> |
|
3. versterking
Dit punt maakt het verhaal complex. We hebben buizen en transistoren tot onze beschikking en er zijn vele technische schakelingen mogelijk. Er zijn verschillende soorten buizen en behalve transistoren zijn er ook nog mosfets die praktisch hetzelfde werken als transistoren maar toch iets anders klinken. En in de schakeling kunnen transistoren en buizen ook nog gemixt worden tot hybride versterkers. Vroeger klonken die als "vleesch nog visch", maar tegenwoordig is dit een mooie derde weg geworden.
|
|
|
|
|
Audio Analogue "Class A " transistorversterker van binnen |
Unison S8 single ended buizenversterker |
Pathos Inpol 2 hybride versterker |
Mijn eerste conclusie was destijds dat single-ended-triode altijd het beste klonk (mits de luidsprekers van het hoogrendementtype zijn). En inderdaad zijn er met single-ended-triode zeer natuurlijk klinkende systemen te maken. Single ended is uitsluitend klasse A, dus de fasedraaier kan in de schakeling worden overgeslagen. Dit verkort de signaalweg. Single ended klasse A kent geen crossoververvorming. De triode zelf is uiterst simpel, dus ook hier weer een pure signaalweg. De kennismaking met de buizen-OTL-schakeling (nl. zonder uitgangstrafo's) bracht een schokeffect teweeg. Ook zo'n buizenversterker klinkt uiterst zuiver en open, maar de dynamiek is enorm goed. Het ontbreken van koppelcondensatoren bij de OTL's van Graaf maakt de signaalweg nog weer korter. De superioriteit van buizen heeft ook te maken met de mate van harmonische vervorming. Een toon heeft even en oneven harmonischen. Een veel gehoorde kritiek op buizenversterkers is de hogere mate van gemeten vervorming. Terwijl transistorversterkers vaak prachtig lage vervormingscijfers laten zien van cijfers ver achter de komma, laten buizenversterkers meestal vervormingscijfers van enkele procenten zien. Zeker zo belangrijk als de meetcijfers zijn echter de eigenschappen van het menselijk gehoor. Wat nu als het menselijk gehoor voor bepaalde vervorming veel minder gevoelig is? Dan is die vervorming er wel, maar we nemen het niet waar. Dit nu is juist het geval bij buizenversterkers. De kracht van buizenversterkers zit hem vooral in de lage en soms zelfs afwezige oneven harmonische vervorming. Het menselijk gehoor is hier gevoelig voor en juist minder gevoelig voor de even harmonische vervorming. Dat buizenversterkers juist slechtere vervormingscijfers laten zien op het gebied van de even harmonischen is dus niet van belang als we het niet waarnemen. Dit is een van de belangrijkste redenen waarom een buizenversterker zo goed (zeg maar: natuurlijk) klinkt. Een andere reden is de veel lagere thermische vervorming van een buis. Thermisch gezien werkt een buis een stuk constanter. En verder gebeurt de versterking van een buis in een vacuum, terwijl het signaal in een transistor langs siliciumlaagjes gaat. Een transistor klinkt daardoor wat korreliger, stroever. Een mosfet heeft hier weer minder last van, maar een mosfet kan weer wat hoekiger klinken dan een transistor. De voorstanders van transistoren hebben kritiek op de buizenversterker vanwege de bijna altijd noodzakelijke eindtrafo, waar impedantie-aanpassing en spanning/stroom-omzetting in plaats vindt.
Een transistor is immers een stroomversterker en een buis is een spanningsversterker. En speakers hebben vooral stroom nodig.
Nu zijn er tegenwoordig hele goede eindtrafo's (die de buizenversterker overigens wel duurder maken). Eindtrafo's beperken de vermogensbandbreedte en daarmee ook de snelheid van de versterker. Goede trafo's hebben een bandbreedte van 40 KHz of meer (wel tot 100 KHz). En de OTL-schakeling is ook nog een mogelijkheid waarmee de buis direct aan de speakers stroom kan leveren. Een als kathodevolger geschakelde buis gaat nl. versterken en stroomleveren tegelijk. Meestal heb je bij een OTL vele buizen tegelijk nodig, waardoor een OTL toch niet goedkoper is dan een trafogekoppelde buizenversterker.
Dus voor ons doel heeft de buizenversterker de voorkeur. Maar buizen zijn toch kwetsbaarder? Ze slijten! Dat is inderdaad zo, maar de slijtage valt wel mee. Een keer flink lang luisteren kost maar een paar dubbeltjes. En het is niet zo dat de slijtage van buizen zich al na enkele maanden laat horen. Bij de meeste schakelingen hoor je de slijtage van de buis pas aan het einde van de levensduur, die gemiddeld op 3 tot 5 jaar ligt voor eind buizen en het dubbele voor voorversterkerbuizen. De PL504 eindbuizen van de Graaf GM200 en GM100 kunnen wel 10.000 of meer uren halen! Trouwens, transistoren (vooral in klasse A) slijten ook en die vervang je veel minder makkelijk dan buizen. En het duurt veel langer voordat een transistorversterker goed op klank is. Een buis wordt vanzelf eerder warm. Een klasse A buizenversterker klinkt al na 10 minuten erg goed, terwijl een klasse A transistor versterker minimaal een uur nodig heeft om op klank te komen.
Er is nog een derde weg, nl. die van de hybride versterker (Audio Analogue, Pathos en Unison Research Unico). In het voorversterkerdeel waar het om spanningsversterking gaat wordt de beste spanningsversterker gebruikt: de triode buis. In het eindversterkerdeel waar stroomversterking moet plaats vinden, wordt de transistor of mosfet gebruikt. Een prachtige muzikale oplossing, waar de warmte en helderheid van de buis, gecombineerd wordt met de efficiency van de transistor of mosfet.
Klinken transistorversterkers dan niet goed? Zeker wel: transistorversterkers kunnen ook heel vloeiend, volbloedig en dynamisch klinken. Maar als het gaat om de magie van echtheid en overtuigingskracht, dan wint de buis het nog steeds. Het is dus vooral een keuze tussen het gemak en de lagere kosten van de transistor, of de uiterste natuurlijkheid van de buis waarvoor dan een offer van wat hogere kosten gebracht moet worden. De beloning is er wel naar en de gulden middenweg is de hybride versterker. Analogue Audio Products heeft alle besproken soorten versterkers in hoge kwaliteit in haar programma. Vergelijken is dus heel goed mogelijk.
4. Luidsprekers
|
Het kiezen van de juiste luidsprekers is een van de moeilijkste opgaves. Bij een eerste vergelijking in de winkel lijken vaak de luidst klinkende luidsprekers het beste te zijn. Vaak merken we als we langer luisteren dat een andere, wat rustiger klinkende luidspreker toch de voorkeur krijgt. Hoe luider een luidspreker kan spelen bij een gegeven vermogen, hoe hoger het rendement is. Bij een hoger rendement heeft de versterker dus minder vermogen nodig om het zelfde volume te kunnen produceren. Het voordeel is dan dat de buizenversterker met zijn mooie transparante klank eerder in aanmerking komt. Het geld kan dan meer gebruikt worden voor betere componenten in de versterker dan voor het produceren van vermogen. In die zin heeft de hoogrendementspeaker dus een voordeel. Maar een hoogendementspeaker kan ook eerder ontsporen, zoals bijvoorbeeld schel klinken. En het rendement is niet het enige punt dat van belang is voor een goede aanstuurbaarheid van de luidspreker. Als een luidspreker in het frequentiebereik lage impedanties heeft, vormt dit een moeilijke belasting voor de versterker. Vaak kun je beter een luidspreker hebben met een wat lager rendement, maar met een heel gelijkmatige impedantiekarakteristiek. Het is vooral Dr. Bon van Opera Loudspeakers die hiernaar gestreefd heeft met het ontwerpen van de nieuwe lijnen luidsprekers: Callas Series en Serie Classica. Opera Callas SP |
|
Een ander kritisch punt bij luidsprekers is het filter. Ideaal is een luidspreker zonder filter. Zulke luidsprekers bestaan wel, maar gek genoeg behoren ze niet tot mijn favorieten. Meestal ontspoort er iets in het hoog of het laag, of ontbreekt er een stuk hoog of laag. Maar zo weinig mogelijk filter is wel het beste. Ook hier geldt weer: less is more. Een complex filter bestaat uit veel componenten die kunnen vertroebelen, fase verschuiven, of accenten leggen. Bij dynamische luidsprekers verdient een goed tweewegsysteem dus de voorkeur. Bij een tweewegsysteem wordt het hoog en een deel van het midden door de tweeter weergegeven en het andere deel van het midden en het laag wordt door de woofer weergegeven. Bij de huidige techniek van de luidsprekercomponenten waarbij de luidsprekers al behoorlijk richting breedbandig gaan, kan een eenvoudig filter met minder steile hellingen gebruikt worden.
In het algemeen kunnen we de volgende types luidsprekers onderscheiden: Electrostaten, hoorn luidsprekers, en moderne dynamische luidsprekers.
Ik zeg het maar meteen: ik houd niet zo van het geluid van electrostatische luidsprekers. Ze klinken wel heel schoon en transparant, maar ik vind dat ze te weinig fysieke druk in het laag geven. Ook is de positie van de luisteraar te veel bepaald naar midden en hoogte. Je moet precies in het midden zitten en als je je zithoogte maar even verandert, verschuift er heel veel in het geluidsbeeld. Om het laagprobleem op te lossen wordt vaak een subwoofer gebruikt. Ik ben helemaal niet tegen actieve subwoofers, maar bij electrostaten valt het karakterverschil tussen dynamische subwoofer en electrostatisch deel me te gauw op. En bij het luisteren naar muziek is het juist belangrijk dat de apparatuur zelf onopvallend aanwezig is. Wat bij een full range electrostaat wel heel mooi is, is het filterloze concept, waardoor vooral strijkers en cello's prachtig homogeen kunnen klinken.
In dit stuk over luidsprekers heb ik vaak de woorden "dynamische luidsprekers" gebruikt. Hiermee bedoel ik de overbekende klassieke constructie van een conus die door middel van een spoel in een magneet in beweging wordt gezet en zo de lucht in trilling brengt. Het laag van de dynamische, grotere wooferconus is mooi krachtig en is goed lichamelijk voelbaar. Voor een echte livebeleving moet de muziek wat luider afgespeeld worden, zodanig dat niet alleen onze oren de luchttrillingen opvangen, maar ook ons hele lichaam. De kans op kippenvel is dan een stuk hoger.
Bij het streven naar een filterloze luidspreker heeft Alessandro Schiavi van Diapason met de Adamantes III en alle daarvan afgeleide modellen de "direct drive woofer" ontwikkeld. Alleen het hoog wordt voor de tweeter op eenvoudige wijze gefilterd. Het laag is daardoor sneller en loopt mooier via het midden over in het hoog. het resultaat is een heel dynamisch en superruimtelijk geluid. Bij Diapason ligt de overgangsfrequentie zo hoog mogelijk in het frequentiebereik.
|
Opera Loudspeakers met meer dan 1 woofer uit de Callas lijn lijn hebben een progressief laagfilter. Daarmee ontstaat er een systeem dat tegelijk functioneert als een puntbron en als een volbloedige laagweergever. Omdat de hoge tonen en de middentonen vooral de ruimtelijkheid bepalen, moeten deze geluiden zoveel mogelijk uit 1 punt komen, want anders ontstaan er tijdsverschillen als tweeter en woofer te ver uit elkaar verwijderd liggen. Voor het uiterste laag is dit niet zo erg, omdat het gehoor minder gevoelig is voor de richting van het laag. Neem bijvoorbeeld de Callas Divina. Die heeft 4 woofers, die alle 4 het onderste laag even luid en even veel weergeven. Maar de bovenste woofer die dicht bij de tweeter is gepositioneerd, pakt ook het gehele middengebied. De woofer daaronder laat weer minder middentonen horen, de 3e woofer van boven bijna geen midden meer en de onderste woofer functioneert eigenlijk als een subwoofer. Waren de 4 woofers gewoon parallel op 1 laagfilter aangesloten, dan zouden ze alle 4 evenveel midden hebben weergegeven en was er een vertroebeld geluidsbeeld ontstaan. De Opera luisprekers met een progressief laagfilter combineren het voordeel van een kleine tweeweg luidspreker (hoge mate van ruimtelijkheid) met het voordeel van een grote luidspreker (veel luchtbeweging en daardoor een krachtig en groots geluid. <- Callas Divina met 4 woofers |
5. Netkabels

Essential Audio Tools Current Conductor
Het kiezen van een passende netkabel is net zo belangrijk als het kiezen van bijvoorbeeld een luidsprekerkabel of een interconnect. Het effect op het geluid kan even groot zijn. De gebruikte materialen voor geleiders, ommanteling en afscherming zijn van grote invloed op de geluidskwaliteit. Op gehoormatige gronden hebben wij vastgesteld dat netkabels gemaakt moeten zijn van koperdraad. Zilveren netkabels klinken echt onnatuurlijk: ongeveer zoals een slecht klinkende cdspeler. De afscherming (dus niet de isolatie!) van netkabels is even belangrijk als het materiaal van de geleiders. Onze netkabels van Essential Audio Tools (EAT) hebben een dubbele afscherming: eerst een laag aluminium en daaroverheen een laag van gevlochten en vertind koper. Met gewone netkabels hoort een geluidsinstallatie goed te klinken. Ga daar dus eerst vanuit. Als u voor het eerst een netkabel wilt proberen, sluit deze dan aan op de cd speler. Probeer bv. onze Current Conductor (vanaf 75,00 euro). Het stereobeeld zal direct gestokener zijn. De klank wordt aangenamer, schoner en vloeiender. Een andere manier om de kwaliteit van een mooie netkabel vast te stellen is door de kabel aan te sluiten op een Plasma tv. Het beeld wordt direct verbeterd.
6. Verbetering van de lichtnetconditie.
Het lichtnetverhaal staat onderaan de uiteenzetting over mijn audiofilosofie. Het is vaak ook de sluitpost van de geluidsinstallatie. Maar zonder schone stroom wordt het nooit optimaal!

Angstrom netfilter
In de huidige maatschappij is het lichtnet overal enorm vervuild. In de steden is het zeker erger dan op het platteland, maar overal is het vervuild. Veel mensen vergeten dat de lichtnetvervuiling niet alleen een van buiten komend onheil is, maar dat ook alle in het huis aanwezige electrische apparatuur zoals verwarmingspomp, verlichting, koelkast, magetron, tv en dvd (ook op standby!), enz. de netstroom voor onze geluidsapparatuur ernstig staat te vervuilen. En de beeld- en geluidsapparatuur heeft zelf ook nog eens vervuilende voedingen. Deze zorgen voor onderderlinge besmettingen van de aangesloten apparaten.
Ik hoor nog zo vaak de mening: "ik geloof er niet in". Wat is dat nou voor een kortzichtig standpunt! Ik raad iedereen aan en vooral op het punt van de netstroomconditie: hoor met je oordelen en niet met je vooroordelen! Luister naar het verschil en hoor het zelf. Een goed gedimensioneerd netfilter verbetert de dynamiek, haalt de agressiviteit en scherpte uit het geluid, maakt het vloeiender en informatiever.
Vaak wordt er dan weer gezegd: Ja, maar de stroom voor de versterker moet je niet filteren, want anders wordt de dynamiek minder. Er zijn inderdaad veel netfilters en anderssoortige netapparaten op de markt die de dynamiek van de versterkers verminderen. Dat zijn voor die toepassing dus geen goede lichtnetconfitioners. Ik zeg, dat als de versterkers precies goed gefilterd worden, de dynamiek juist iets toeneemt. De versterker is namelijk de stress van de vervuiling kwijt en gaat beter zijn werk doen in het hoorbare audiogebied.

De netkabels moeten niet te kort zijn. Een korte signaalkabel is juist goed, maar een te korte netkabel kan zijn werk niet doen. Neem daarom netkabels van 1,5 of 2 meter, ook al zijn ze voor het oog iets te lang. Voor het oorzijn ze dit niet!
Er zijn parallel werkende netfilters en serieel werkende netfilters. Parallelle filters zijn goedkoper en kleiner dan seriefilters met een of meer spoelen, en ze geven, mits goed ontworpen, geen dynamiekbeperking. Maar seriefiltering is een stuk efficienter en filtert dus meer troep uit het lichtnet. Vermijdt altijd de filters met seriespoelen die licht van gewicht zijn. Deze hebben te dun draad, wat de dynamiek zeker beperkt. Het is ook nog mogelijk om een scheidingstrafo te gebruiken. Er ontstaat een galvanische scheiding met het vervuilde lichtnet en zo mogelijk gebalanceerde netspanningen aan de uitgaande stopcontacten. Een scheidingstrafo kan soms wonderen doen, maar soms ontstaat er mechanische brom van de versterkervoeding of van dc-vervuiling. Helaas geven scheidingstrafo's vaak een compressie van de dynamiek.
De laatste tijd wordt in advertenties van concurrerende merken vaak beweerd dat actieve filtering het beste resultaat geeft. In elk geval heb ik zelf gehoormatig meerdere keren vastgesteld dat dit niet het geval is. Actief behandelen is niet het beste. Het kan wel tot mooie resultaten leiden, maar dan moeten er zoveel heet wordende vermogenstransistoren gebruikt worden, dat er een apparaat nodig is dat samen met de noodzakelijke koeling vele malen groter is dan uw versterker. En zelf dan kan het resultaat met een goed aangepast passief filter nog hoger zijn.
DC-vervuiling is een toenemend en vervelend verschijnsel. Vele moderne electrische apparaten zetten een beetje gelijkstroom op het lichtnet. Voor de geluidsapparatuur is een klein beetje (milivolts!) al een ernstige vervuiling.
Audiomeubels
|
Het audiomeubel moet net als apparaten beschouwd worden als een van de componenten in de audioketen. Ik heb meerdere keren gemerkt dat audio hobbyisten bezig zijn te proberen hun geluidsinstallatie te optimaliseren, zonder te letten op de resonantie van hun audiomeubel. Vaak wordt geprobeerd met andere kabels of bv. met een andere versterker een probleem in de klankbalans op te lossen. Als het meubel niet goed is, komt het optimum er nooit! Dit geldt evenzeer voor de luidsprekers: waar staan ze op? Kleinere monitorluidsprekers moeten altijd op goede standaards staan. Deze "stands " moeten stevig zijn, geen eigen klank hebben, en resonanties snel afvoeren. Onze Diapason Adamantes klinkt gewoon slecht ( "dood") als hij niet op een Diapason standaard wordt geplaatst. Maar op de 2/B-stand of op de 3/P-stand ontstaat er een douche van geluid met een zeer groot en diep ruimtelijk beeld. Model 1000 van BCD Engineering (2 x naast elkaar) -> |
|
Versterkers, cd-speler en natuurlijk ook de platenspeler worden via akoestische terugkoppeling in trilling gebracht. Deze trillingen smoren de snelheid in het geluid (dynamiek) en ze versmeren de impulsen in de muziek. Met name bij de bas is dit goed te horen. Het is eigenlijk het zelfde effect als bij het dempen van de trillingen van buizen met dempingsringen. Als een audioapparaat bv. op een bepaalde plank staat, komt zo'n plank net als een snaar in bepaalde trillingen. Als deze trillingen (te) lang aanhouden, vertroebelt dit het klankbeeld, of het zet bepaalde frequenties aan. Bepaalde houtstructuren kunnen de lage tonen extra versterken en de bassen langer laten doorklinken. Verkeerd gebruik van glas geeft via versterkers en cd-speler een agressief hoog. Dit komt omdat glas een hoge trillingsfrequentie heeft. Ik heb eens een van onze transistorversterkers moeten demonstreren op een wankel rekje. De bas was bijna verdwenen. Van alles werd geprobeerd om er iets aan te doen. Nadat ik de versterker op de grond zette, was de bas tevoorschijn getoverd.
In het Engels noemt men audiomeubels niet voor niets: "audio tuning support". Het beste audiomeubel voor apparatuur is in mijn ervaring een zwaar meubel met "planken " van gelaagd glas. Vermijdt altijd glasplaten bestaande uit 1 laag! U zal de nare klankeigenschappen altijd moeten compenseren met afwijkend klinkende kabels en dan komt er nooit een optimum. Het beste is glas bestaande uit 3 op elkaar gelijmde lagen. De kolommen moeten stevig zijn en gevuld met dempingsmateriaal. De beste meubels die wij kunnen leveren zijn die van BCD Engineering en de Isostatic serie van Music Tools. De gunstige effecten op het gehele geluidsspectrum en het ruimtelijke beeld zijn dramatisch. Bij Isostatic van Music Tools zijn de op elkaar gelijmde glaslagen zelfs van een verschillende dikte, zodat het doorschieten in een bepaalde frequentie nog verder wordt vermeden.
Kortom: zorg altijd eerst voor een goed meubel voordat verder wordt gegaan met het kiezen van nieuwe componenten. Laat het klankresultaat niet aan het toeval over, en maak op een verkeerd meubel niet de verkeerde componentkeuze.
Ik kom er nog even op terug. Neem mijn beweringen niet te absoluut. Ze leiden zeker tot prachtige oplossingen, maar andere ervaringen kunnen ook waar zijn. Tenslotte is het nog steeds een kwestie van smaak en het gaat om uw eigen smaak. Vraag niet aan mij wat u mooi moet vinden. U hoort het zelf wel. En hebben onze ideeen vele raakvlakken of komen ze zelfs grotendeels overeen, dan kunt u met mijn uitgangspunten de voor uzelf prachtigste geluidsinstallatie componeren. En vergeet niet dat de luisterkamerakoestiek gemiddeld 50% van het resultaat bepaalt. Zorg eerst dat de akoestiek redelijk is voordat geprobeerd wordt het geluid te verbeteren met andere kabels, andere apparatuur, enz. De meeste problemen door de akoestiek zijn: teveel laag, te weinig laag en flutterecho's. Bij uitschieters is het nooit goed om door de keuze van apparatuur en kabels fouten van de akoestiek te compenseren. Het kost onnodig veel geld en een compromis wordt nooit een optimum. Het volgende artikel uit NRC van 21/10/07 illustreert mijn advies: Met de ogen dicht de muzikanten kunnen zien.
Veel luisterplezier!
| index pagina | email | filosofie | dealers | links | nieuws, shows en testen | diapason | opera | graaf | unison research | synthesis | audio analogue | pathos | north star | nottingham analogue | the cartridge man | essential audio tools | hidiamond | deskadel | buizen | bcd | music tools |
Voor meer informatie: info@analogueaudio.com
|
ANALOGUE AUDIO PRODUCTS tel. +31-(0)30 6044342 |
|
webmaster: WVK |